Man in de bergen (2)

Tijdens het tafelgesprek bij de verhuurders kwam natuurlijk ook het eten in de streek ter sprake. A. vertelde enthousiast dat wij zo lekker hadden gegeten in het restaurantje in het dorp. Net buiten het dorp was er nog een. Ook daar was het eten erg goed. Op beide locaties kon men vanuit het terras bovendien genieten van een onwaarschijnlijk mooi uitzicht op de bergen. Maar wat vooral opviel was dat de man die ons bediende in beide restaurants werkte. Bij het bezoek aan het tweede restaurant herkende hij ons ook. Een oudere man, erg praterig, sjofel gekleed, beweeglijk en vooral vol van grapjes waarmee hij de gasten een beetje voor de gek hield. Op een charmante manier. Door het onbeholpen Engels tussen de Franse zinnen door, waarmee hij met de enkele toerist converseerde, nam hij de bezoekers verder voor zich in. En volgens mij was hij zich daar goed van bewust. Op een bepaalde manier dwong hij respect af. Hij is de persoon waar je niet omheen kunt; tegen humor heb je geen verweer, het verleent een zekere autoriteit en onkwetsbaarheid aan je voorkomen. Hij was daarbij een beetje stekelig en cynisch, maar bleef in zijn functie door net niet over de grens te gaan.

Dit alles was natuurlijk een leuk en lichtvoetig gespreksonderwerp voor de borrelbijeenkomst, zo dachten wij. Maar uit de lauwe reactie van de alfaman begrepen we meteen dat het anders lag. Was het eten daar goed, o ja? vroeg hij met gespeelde verbazing. In het dorp verderop, daar kon je pas lekker eten! En toen de bediening ter sprake kwam, dat flamboyante personage met zijn leuke grapjes die we overal tegenkwamen, werd het al snel duidelijk: ‘He is my biggest enemy!’ Oeps, dit veranderde de sfeer tijdens dit beleefdheidsbezoekje bij de verhuurders ineens ingrijpend. Het onderwerp had misschien vermeden moeten worden? Later hoorde we van de vrouw van de alfaman hoe het zat. Alfaman was sinds een tijdje burgemeester van het dorp en de vrouw van de flamboyante restaurantman was bij de verkiezing zijn tegenkandidate. Blijkbaar waren er twee kampen in de kleine gemeenschap en was er een ‘extreem linkse groep’, zo werd verteld, waar de andere kandidate de vertegenwoordigster van was. Alfaman was misschien licht narcistisch, zo zei ze zelf, maar wel een goede leider. Zo was er gisteren een zelfmoordpoging in het dorp en hij had meteen goed gehandeld door snel hulp in te roepen van de sociale instanties. Maar bij de verkiezingen was er veel gedoe geweest, flinke ruzies, gooien met stoelen enzo. Tjee.

In het op het eerste gezicht zo schilderachtige en vredige dorpje viel het ons al wel op dat er altijd een groepje mannen met honden bij de fontein zaten. De hele dag, met halve liters bier. Het leken mij mannen met een duidelijke mening. Zouden zij tot de extreem linkse clan behoren? En dan de keurige dame, die zich in de geurtuinen bezig hield met het winnen van essentiële oliën, die zij verkocht in een keurig winkeltje annex minimuseum? Niet een type dat snel met stoelen gooit, misschien ook niet extreem links, maar zou zij wel vertrouwen hebben in een leider met licht narcistische trekken? Een man die misschien minder empathisch communiceert, maar wel law and order voorstaat? Het dorp op orde houdt zoals hij in het bos het kaf van het koren scheidt met zijn enorme jachtgeweer? Bij elk bezoek aan het dorp bekeken wij iedereen nu vanuit een nieuw perspectief. Wie hoort waarbij? Wie gooide met de stoelen? Hoe gaat dit verder? Komt men nog tot elkaar of blijft er altijd vijandigheid?